Zware sterren van ongeveer acht zonsmassa’s of meer kunnen eindigen als zwart gat. Tijdens hun leven produceren ze ijzer en nikkel door lichtere elementen met elkaar te fuseren. Wanneer daarvan genoeg is opgehoopt in de kern, stort die kern in onder haar eigen zwaartekracht en vormt ze een zwart gat.
Tot zover het simpele verhaal. Er bestaan namelijk ook zwarte gaten van twintig zonsmassa’s of meer. En we hebben nog nooit een supernova gezien van een ster met voldoende massa om zo’n zwaar zwart gat te vormen. Mogelijk imploderen zulke zware sterren; er zijn voorbeelden van zware sterren die plotseling lijken te verdwijnen.
En dan zijn er ook nog superzware zwarte gaten van miljoenen of zelfs miljarden zonsmassa’s. Het is verleidelijk om te denken dat stellaire zwarte gaten langzaam steeds meer materie aantrekken en uiteindelijk uitgroeien tot dit soort monsters. Maar met de James Webb ruimtetelescoop zien we al superzware zwarte gaten in gebieden waar het heelal pas anderhalf miljard jaar oud is. Het zou kunnen dat ze vooral vroeg in het heelal heel snel groeiden door gas uit de buurt op te eten. Verder hebben we met behulp van zwaartekrachtsgolven ontdekt dat zwarte gaten ook samen kunnen smelten tot grotere zwarte gaten. Met nieuwe missies, zoals zwaartekrachtgolftelescoop LISA en röntgentelescoop NewAthena, kunnen we meer leren over hoe zwarte gaten in het vroege heelal groeiden en welke invloed ze hebben op hun omgeving.
We onderzoeken ook stellaire zwarte gaten. Zo bestuderen we hoe het gas van een buurster door een zwart gat wordt aangetrokken. De hete gasschijf die daarbij ontstaat rondom het zwarte gat blaast ook winden de ruimte in die we met onze telesopen kunnen zien. Daarnaast kunnen we vaak ook meten hoe een zwart gat en een ster om elkaar heen draaien en wat dat betekent voor de vorm van de gasschijf.